Een tweede verblijf: waarop moet je letten?
2deverblijf.jpg

Onze spaarboekjes brengen niet veel meer op, dus gaan we graag op zoek naar een alternatief om ons geld te laten renderen. Investeren in een tweede verblijf in België kan een goede optie zijn, want vastgoed stijgt na verloop van tijd in waarde. Maar waarop moet je letten als je een tweede verblijf wilt kopen? Wat zijn de financiële regels?

Investeren in een tweede verblijf is een duurzame manier om geld te laten opbrengen. Want of je nu je tweede verblijf nadien verkoopt of verder verhuurt, je haalt er altijd extra inkomsten uit. Uiteraard zijn er ook kosten en enkele fiscale gevolgen aan verbonden. We zetten ze even op een rij.

Belastingen: geen woonbonus

Voor een tweede verblijf wordt bij de berekening van je belastingvoordeel niet langer rekening gehouden met de woonbonus, maar wel met het fiscaal stelsel van langetermijnsparen. Voor het aanslagjaar 2016 (inkomsten uit het jaar 2015) geldt een maximum voor de fiscale ‘korf’ van € 2.260. In die korf komen alle kapitaalaflossingen en betaalde premies terecht voor levensverzekeringen die de terugbetaling van de hypotheek waarborgen, zoals de schuldsaldo-verzekering.

Doe je aan langetermijnsparen of heb je al een lening lopen voor een andere woning, dan kan het zijn dat je korf al gevuld is. In dat geval levert een hypotheek op een tweede woning je geen extra fiscaal voordeel. Is er toch nog ruimte in de korf, dan mag je de betaalde intresten op je lening wel nog aftrekken van het belastbare onroerende inkomen van je tweede woning.

Extra belastingvoordeel?

Aangezien er wordt gewerkt met het stelsel van langetermijnsparen, zal het belastingvoordeel lager uitvallen dan bij de aankoop of bouw van je eerste woning. Je krijgt een fiscale vrijstelling op de kapitaalaflossingen en betaalde premies, met als maximale vrijstelling de berekende fiscale korf. Voor het aanslagjaar 2016 (inkomsten uit het jaar 2015) bedraagt het belastingvoordeel 30% (verhoogd met de gemeenteopcentiemen) van het vrijgestelde bedrag.

Gemeentebelastingen

Voor een tweede verblijf leggen heel wat Belgische gemeenten en provincies een belasting op. Het bedrag wordt vrij bepaald door de gemeente of provincie en kan oplopen tot 1.000 euro per jaar. Ben je niet gedomicilieerd op het adres van het goed of op een ander adres in de gemeente of de provincie, dan moet je deze betalen.

Onroerende voorheffing

Zoals elk onroerend goed worden ook tweede verblijven en opbrengsteigendommen in België onderworpen aan onroerende voorheffing. Gemiddeld bedraagt de onroerende voorheffing 40% tot 60% van het kadastraal inkomen (KI), het gemiddelde netto-inkomen (huurwaarde) dat het goed geacht wordt op te brengen gedurende een jaar.

Verhuur je je onroerend goed, dan betaal je altijd als eigenaar de onroerende voorheffing. Een contractuele clausule waarin staat dat de huurder deze belasting moet dragen, is nietig.

Verhuren van je tweede verblijf

Welke belastingen betaal je voor het verhuren van een tweede woning?

Afhankelijk van het gebruik van de verhuurde woning, word je belast op de werkelijke huurinkomsten of op basis van het kadastraal inkomen.

Verhuur aan particulieren voor privé gebruik

Verhuur je de woning niet-gemeubeld, dan word je belast op het kadastraal inkomen verhoogd met 40%. Hier geldt de marginale aanslagvoet.

Verhuur je de woning gemeubeld, dan zal de fiscus 40% van het kadastraal inkomen als "roerend" beschouwen (nl. voor het meubilair). Van dit bedrag mag je eerst nog een kostenforfait aftrekken van 50%. Op het resterend bedrag betaal je 15% belastingen. Op het resterend gedeelte van het KI, verhoogd met 40%, word je eveneens belast aan de marginale aanslagvoet (net als bij een niet-gemeubelde woning).

Verhuur voor beroepsdoeleinden

In dit geval word je belast op het netto onroerend inkomen. Dit komt overeen met de ontvangen huurinkomsten (de brutohuur), verminderd met een forfaitaire kostenaftrek. Deze bedraagt 40% van de huurinkomsten, met een maximum van 2/3 van het geherwaardeerde kadastraal inkomen. Voor aanslagjaar 2015 (inkomsten 2014) bedraagt de herwaarderingscoëfficiënt 4,23. Let op: het netto onroerend inkomen is minimum gelijk aan het geherwaardeerde kadastraal inkomen, verhoogd met 40%.

Wat als je de tweede woning verkoopt?

Wil je je tweede woning verkopen binnen de vijf jaar na aankoop? Dan betaal je een meerwaardebelasting van 16,5% op de gerealiseerde meerwaarde (= het verschil tussen de verkoop- en de aankoopprijs).

Je kan voor de aankoopprijs rekening houden met een aantal extra kosten die zo het bedrag verhogen: zoals de aankoopkosten, of een forfaitair kostenpercentage van 25%. Deze verhoogde aankoopprijs mag ook nog eens verhoogd worden met 5% per volledig jaar berekend tussen de aankoop- en verkoopdatum. Ook de werken die je door een geregistreerde aannemer hebt laten uitvoeren, mogen bij de aankoopprijs worden geteld.

(kc) - Bron: financien.belgie.be / hoeveelkostmijnhuis.be

Label: Koopadvies

Vind meteen het pand van je dromen

Geen locatie gevonden!
searchZoeken

Meer dan 60.000 panden op Hebbes!

Dit interesseert u misschien ook:
Geef je browser toestemming om je huidige locatie te gebruiken.
Ok
Type pand
Ok
Opties
Ok