Een huis voor 100.000 euro: het kan!
100000euro.jpg

Een eigen huis is voor jonge mensen niet meer te betalen, dat is de teneur vandaag. Maar is dat wel zo? Kun je nog een huis bouwen voor pakweg 100.000 euro, vroegen we ons af. Verrassing: dat blijkt niet onmogelijk.

Onze ouders en grootouders konden zich zonder enig probleem een huis permitteren, zo lijkt het, en wij niet meer. Alhoewel. Die generatie ging doorgaans niet meerdere keren per jaar op reis. Zij hadden geen twee auto’s, of dure gadgets die om de haverklap aan vervanging toe zijn. Ze waren tevreden met een basic keukentje en dito badkamer.

Hun meubels waren voor het leven. In hun kleerkast hing een bescheiden garderobe, die bovendien veel langer meeging dan nu. En een deel van hun voedsel groeide in hun tuin. Mochten we nog leven als in de jaren vijftig en zestig, met veel minder luxe en comfort, dan zouden wij veel meer geld aan onze woning kunnen besteden.

Compact wonen

Maar hoe hou je een woning met onze huidige levensstijl betaalbaar? Je zou kunnen overwegen om als jong koppel een kleine, zeer simpele woning te bouwen. Met basiscomfort, een slaapkamer voor de ouders en een klein kamertje voor één of twee kinderen. Een aantal bouwfirma’s biedt dat soort huizen aan voor niet veel meer dan 100.000 euro (uiteraard exclusief bouwgrond). De afbetaling komt ongeveer overeen met wat je normaal aan huur betaalt. En bovendien bezit je dan een woning die bijzonder goed in de markt ligt: veel gescheiden mensen zijn op zoek naar een kleinere, goedkopere woning, en ook mensen van wie de kinderen het huis uit zijn, willen vaak kleiner gaan wonen.

Maar heb je voor die prijs ook een kwalitatieve woning? Paul Vandenbussche van Teema architecten aarzelt. “Een kwalitatief hoogstaande woning voor 100.000 euro? Volgens mij kan het – net – maar dan moet je wel de extremen opzoeken. Je moet bijvoorbeeld extreem flexibel zijn qua materialen. Zo hebben we ooit beslist om een muur van mooie snelbouwsteen niet te bezetten, maar er een stalen trap tegen te plaatsen, wat voor een geweldig effect zorgde.

Ook in de planlogica moet je erg ver gaan: je moet durven kiezen voor goed werkende ruimtes in plaats van voor die dure vloer die je in gedachten had. Kwaliteit staat vaak los van de prijs van het materiaal. Met goedkoper, simpeler materiaal kan je een even goede uitstraling en beleving bereiken. Goede architectuur moet niet duur zijn en dure architectuur is vaak niet zo goed. Het vraagt wel een grote soepelheid van de klant en hij moet zich in het concept kunnen vinden. Een woning is tenslotte een mantel rond de mens.”

Wetten in de weg

Vandenbussche is al twintig jaar bezig met het betaalbaar houden van kwalitatieve architectuur, maar dat wordt steeds moeilijker. “Een woning van 160.000 à 200.000 euro geldt op ons kantoor tegenwoordig als low budget. Dus eigenlijk een woning voor de prijs van een appartement. Maar het wordt elk jaar duurder. Onder meer door de groene verplichtingen, zoals de EPB-normen."

"Ook al denk ik zelf behoorlijk groen en ecologisch, daar schort toch wat aan. Aan de regelgeving en de politieke keuzes mag er nog flink gesleuteld worden. Dan krijg je betaalbare woningen met bijvoorbeeld minder technieken als warmtepompen en D-ventilatie, maar met een erg klein verbruik en een kleinere ecologische voetafdruk in de productie. En ze blijven betaalbaar.”

Anders gaan wonen

De wetgeving staat wel vaker in de weg van betaalbaar wonen, zo blijkt. Vandenbussche: “Je zou verkavelingen kunnen herbekijken. Moeilijk verkoopbare villa’s omvormen tot meerwoonst- of kangoeroewoningen. Of extra woonunits op hetzelfde grote kavel toestaan, met een extra sociale dimensie, zoals bejaardenwoningen met zorgondersteuning. Op die manier is de wijk ook overdag bevolkt. Maar dat ligt momenteel stedenbouwkundig erg moeilijk.”

“Ook dorpskernen moeten dringend aangepakt worden, zodat het er aantrekkelijk, betaalbaar wonen is”, aldus Vandenbussche. “Er moeten panden komen die nu eens kunnen dienen als winkel, en dan weer als woning. En boven winkels is er nu vaak ruimte die leegstaat, daar kunnen betaalbare woningen komen in een nieuw concept van winkelstraat. Maar ook daarvoor moet de wet flexibeler worden.”

Nòg goedkoper?

Is 100.000 euro te veel? Wonen kan nog goedkoper. Erg tot de verbeelding sprekend zijn de tiny houses: extreem compact ontworpen huisjes voor één à twee personen. Je vindt er alles op een oppervlakte van niet meer dan 15 à 25 vierkante meter, en je hebt er al een voor zo’n 15.000 euro (voor een zelfbouwpakket). De ‘beweging’ is ontstaan in de VS en is ook in Nederland erg populair. Mensen kiezen vaak voor een tiny house om dichter bij de natuur te leven, en om niet decennialang aan een hypotheek vast te zitten. Ook als tweede verblijf zijn de huisjes populair. Meer info over tiny houses in België vind je op Tinyhouseprojects.org.

Ook cohousing kan een financieel interessant alternatief zijn: je hebt je eigen wooneenheid in een groter geheel (vaak een oud fabriekspand, een grote boerderij, maar er zijn ook heel wat nieuwbouwprojecten) en deelt een aantal gemeenschappelijke faciliteiten, zoals een wasplaats, een tuin, logeerruimte, en soms zelfs auto’s, (elektrische) fietsen en materiaal. En als je snel even kinderopvang nodig hebt, is er altijd wel iemand in de buurt. Info op Samenhuizen.be.

In het buitenland maakt wonen in ingerichte scheepscontainers opgang. Ze zijn compact, moduleerbaar en gemakkelijk te verplaatsen. Maar net zoals voor vele (licht) alternatieve woonvormen, doet de wetgever in België hierover lastig.

(jb/ml/ss/jh) - Bron: Dossier Bouwen en Renoveren 2016

Label: Kosten
Dit interesseert u misschien ook:
Geef je browser toestemming om je huidige locatie te gebruiken.
Ok
Type pand
Ok
Opties
Ok