Een betaalbaar passiefhuis: het kán
passief-01.jpg

Nieuwbouwers kiezen vaak meer voor lage-energiewoningen, omdat de meerkost van een écht passiefhuis hen afschrikt. Lieselotte Steurbaut van stArchitecten toont met haar no-nonsenseaanpak dat een passiefhuis niet noodzakelijk duurder hoeft te zijn. Haar bewijs: de nulenergiewoning waarin zijzelf en haar dochters wonen.

Ir. Arch. Lieselotte Steurbaut (32 jaar) ontvangt ons in een verrassend warm huis met een opvallend, strak en gezellig interieur. Onze eerste indruk is dat haar huis volledig uit hout lijkt opgebouwd. Dat klopt ook. Het betreft hier een houtskeletwoning, wat meteen de erg korte bouwperiode van zes maanden verklaart . Deze woning is bovendien zowel aan de binnen- als buitenzijde met hout afgewerkt. ‘Maar dat het per se in hout moét zijn, is een misvatting’, zegt Lieselotte. ‘Wie het meer voor bakstenen heeft, kan ook perfect passief bouwen.’

De gezinswoning is een compact huis gelegen op een bescheiden lapje grond in de groene periferie van Oudenaarde. Maar het is wat je niet meteen ziet dat het meest tot de verbeelding spreekt. Deze woning verbruikt nul komma nul kilowatt energie en is door en door duurzaam én ecologisch. Bij het binnenkomen vallen direct de openheid, de doorzichten tussen binnen en buiten en de overvloedige zon- en lichtinval op.

Bewuste keuzes

‘Ik wilde tonen wat een doordacht passiefhuis inhoudt', vertelt de architecte. ‘En ik moest dat doen op een beperkte oppervlakte en met een beperkt budget. Een hele uitdaging!’

Bewust bouwen werd het credo van Lieselotte en van stArchitecten. ‘Bewust keuzes maken: dat wil zeggen je gezond verstand laten primeren boven de heersende overtuigingen in de bouwsector die je plannen steevast in de richting van de zoveelste standaardwoning of hippe technische snufjes duwen.’

In het verleden heeft het passiefhuis, met zijn nulenergieverbruik, een negatieve connotatie gekregen. De meerkost zou bijvoorbeeld niet terugverdiend kunnen. En sinds overheidssubsidies voor maatregelen die de energie-efficiëntie bevorderen als sneeuw voor de zon verdwijnen, is er weinig motivatie tot het bouwen van een passiefwoning. ‘Het is een hardnekkige mythe dat een passiefhuis niet rendeert’, corrigeert Lieselotte. ‘Sterker: als je het slim aanpakt, is er helemaal geen meerkost.’

Wanneer je erin slaagt om een passiefhuis te bouwen voor de prijs van een standaardwoning, verdien je dus eigenlijk geld dank zij de weggevallen energiekosten. Lieselotte: ‘En daar komt nog bij dat je in de volledige woning kunt genieten van een zeer hoog wooncomfort. Dit in tegenstelling tot de bewoners van de vele oude en gedateerde woningen in België.’

Met de verstrengende energienormen wordt de stap naar passief kleiner, merkt de architecte op. ‘Vaak stellen kandidaat-bouwers dat ze niet perse een passiefwoning wensen te bouwen, maar wel een lage-energie-woning die ambitieuzer is dan de geldende normen’, legt Lieselotte uit. ‘Het is vaak een verrassing als wij stellen dat de grens daartussen eigenlijk niet bestaat, en dat in sommige gevallen de passiefwoning zelfs financieel voordeliger wordt dan de lage-energie-woning!’

Eerst nadenken, dan bouwen

Een slimme aanpak staat volgens Lieselotte synoniem met een uitgebreide studiefase vóórdat de eerste steen wordt gelegd – of beter: voordat de eerste houten balken en spanten worden geplaatst. ‘We hebben bijvoorbeeld heel goed nagedacht over de optimale plaats voor ramen. Geen tien verschillende ramen, maar identieke vormen.’

Lieselotte gebruikt haar huis tegelijk als showcase voor klanten die ook de weg willen opgaan van betaalbaar passief. Het concept mocht dus best in het oog springen, wat verklaart waarom de OSB-afwerking in huis zichtbaar werd gelaten. ‘Naakte OSB-platen, die trouwens zeer duurzaam en onderhoudsvriendelijk zijn, zijn ons behangpapier’, zegt de architecte. ‘In traditionelere woningen wordt daar vaak een lattenconstructie, gyproc en verf tegenaan gezet, wat ook bij ons mogelijk was. Maar naakte OSB bleek hier een heel voor de hand liggend, gezellig én kostenbesparend alternatief.’

Moet er nog hout zijn?

De OSB-platen domineren het hele huis, op zowel wanden, vloeren als plafonds. Op de vloer kregen de platen een laagje vernis, om het poetsen te vergemakkelijken.

Ook voor de gevelbekleding bleef de architecte in dezelfde sfeer. Lieselotte: ‘Voor de buitenbekleding van de kubus kozen we voor Thermowood. Dat is grenenhout met een hoge duurzaamheidsklassie, doordat het tot op 210 °C werd verhit, waardoor het vormvast wordt en vocht kan weerstaan.’

Om het plaatje helemaal te doen kloppen, beperkt de architecte haar ecologische voetafdruk door te kiezen voor inheems hout. ‘Als we passief en energievriendelijk bouwen, dan toch ook graag duurzaam. Dit is een evenwaardig alternatief voor het tropische hardhout, dat er voor de komende twintig jaar hetzelfde zou moeten blijven uitzien.’

Ook de trap, centraal in de leefruimte, is een houten eyecatcher. Een eigen ontwerp, uit Rubberwood – een restproduct van de rubberproductie, dat op een zeer esthetische manier bij de ecologische insteek van de bewoners aansluit.

De architecte is ervan overtuigd dat iedereen dit kan, jong & oud & voor elk budget, op voorwaarde dat ze bereid zijn om mee te denken en compromissen te sluiten. ‘Het staat ook vast, passief of niet, dat bouwen geld kost. ‘Wie vasthoudt aan een badkamer uit marmer, volledige gevels in glas wil of geen limiet zet op het aantal te bouwen vierkante meters geraakt er sowieso niet.’

Toekomst

Welke compromissen moet je zoal sluiten om passief betaalbaar te houden? Hoewel de architecte zich in de eerste plaats om de bewoners en hun wooncomfort bekommert, moeten er keuzes worden gemaakt. Een alternatief materiaal voor de afwerking, een kleiner maar opener plan, een uitgedachte maatvoering voor de ramen, eenvoudige technieken en korte leidingen. 'Noem het een stap zetten in de toekomst, door je woning aan te passen aan de komende generaties en hun problemen. Beter dat dan een stap terug in de tijd te zetten met bouwgewoontes die uitmonden in torenhoge energiekosten en, op het vlak van comfort, op een lege doos. We wordt daar nu gelukkig van?’

Voor passief kun je ondertussen terecht bij zowat elke aannemer. Volgens Lieselotte komt het er echter op aan dat je als klant je mannetje kunt staan – of een architect in de hand neemt die dat voor jou doet. ‘Aannemers wijken niet graag af van de algemeen geldende bouwprincipes. Maar ze zijn vaak wel geïnteresseerd om bij te leren, en daar spelen we graag op in met het aanbieden van de noodzakelijke bouwvoorschriften, detaillering en uitgebreide uitleg op voorhand en tijdens de werken zelf.’

Budgetvriendelijk en ecologisch wil niet zeggen dat comfort en design afwezig zijn. In dit huis contrasteert het vele hout met de strakke witte meubels en inrichting. De leefruimte is opgevat als een open ruimte zonder muren of deuren. En de badkamer blijkt een origineel en kleurrijk concept. Ondanks het compact volume voelt alles zeer open en ruim aan. In de winter is het hier altijd gezellig warm, in de zomer aangenaam fris, en in de tussenseizoenen gaan de ramen wijd open, en worden huis en tuin samengebracht tot één aangename woonbeleving. Kortom, betaalbaar, comfortabel én stijlvol passief bouwen is binnen ieders bereik.

(jb/ml/ss) - Foto’s: (Yannick Milpas) - Bron: Dossier Duurzaam Wonen - Meer info: www.stArchitecten.be

Label: Bouwmethodes

Vind meteen het pand van je dromen

Geen locatie gevonden!
searchZoeken

Meer dan 60.000 panden op Hebbes!

Dit interesseert u misschien ook:
Geef je browser toestemming om je huidige locatie te gebruiken.
Ok
Type pand
Ok
Opties
Ok