De terugkeer van de zonneboiler
zonneboiler.jpg

De zonneboiler is het minder bekende broertje van de veelbesproken fotovoltaïsche panelen. Hij maakt geen elektriciteit maar oogst wel zonne-energie, waarmee hij je water verwarmt. De zonneboiler wint terug aan populariteit door een recente ingreep van minister Tommelein.

Op vele daken liggen ze broederlijk naast elkaar: een groot aantal fotovoltaïsche (PV) panelen, die elektriciteit produceren, naast een veel kleiner oppervlak aan zonnecollectoren. Die laatste verwarmen je water, dat vervolgens opgeslagen wordt in een boiler. Wim Persoons van industriefederatie Belsolar legt uit: “Het gaat in de eerste plaats om sanitair warm water, waarvoor je de zon als eerste energiebron gebruikt. De verwarmingsketel springt alleen aan als de zon alleen het water niet warm genoeg krijgt. Maar op heel veel dagen, zo’n honderd per jaar, volstaat de zon en heb je dus geen bijverwarming nodig. En de rest van de tijd wordt het water ‘voorverwarmd’. Gemiddeld kun je zeggen dat je water voor zo’n zestig procent door de zon verwarmd wordt. In extreme gevallen zelfs tot negentig graden. Daarom moet er op de boiler een thermostatische mengkraan staan: het water mag op maximaal zestig graden uit het buffervat vertrekken.”

Een tweede toepassing van de zonneboiler is (vloer)verwarming. “Maar dan heb je een grotere installatie nodig”, zegt Wim Persoons. “Waar je voor een standaardsysteem, alleen voor sanitair warm water dus, zo’n 5 vierkante meter collectoren en 300 liter opslag nodig hebt, vraagt een combisysteem 10 à 15 vierkante meter collectoren, en een buffervat van 800 tot 1.000 liter. Een gewone zonneboiler kun je probleemloos in elke woning installeren, een combisysteem is vooral nuttig in een woning met beperkte energievraag en vloerverwarming. Op koude dagen met voldoende zon zal een groot deel van de woningverwarming van deze gratis energie kunnen profiteren. Een bijverwarming blijft uiteraard noodzakelijk.”

Duurzaam systeem

Op sombere dagen geeft een zonneboiler maar weinig opbrengst, terwijl op een zonnige winterdag de temperatuur in je vat kan oplopen tot vijftig à zestig graden. “Wat de zon in je vat steekt, hoeft je ketel niet op te warmen”, lacht Wim. Maar daar waar fotovoltaïsche panelen de laatste jaren sterk evolueerden, wordt er voor zonnecollectoren niet echt een technologische revolutie verwacht.

Al relativeert Wim Persoons dat wel: “PV-cellen zijn de laatste jaren niet zozeer performanter geworden, maar wel in prijs gedaald. Zonnecollectoren zijn de voorbije tien jaar zo’n vijf à tien procent efficiënter geworden, vooral doordat hun warmteabsorptiecapaciteit is verhoogd, maar daarmee hebben we het maximum wel ongeveer bereikt. De meeste verbetering haalden we doordat we zuiniger pompen zijn gaan gebruiken, en door een veel betere isolatie van de boiler.”

Terwijl zonnepanelen tijdens hun levensloop elk jaar een beetje minder presteren, ziet Persoons voor zonneboilers niet zo’n degressieve lijn: “Om de twee jaar wordt je installatie gecontroleerd. Vooral de controle van de vloeistof is daarbij belangrijk, omdat dat je transportsysteem is dat zorgt voor de warmteoverdracht tussen je collectoren en je buffervat. Eens geïnstalleerd zal je zonneboiler gemakkelijk zo’n 25 à 30 jaar werken. Je zult in die tijd misschien wel eens de vloeistof, een pomp of een expansievat moeten vervangen, maar voor de rest blijft je systeem optimaal.”

En ook voor schade hoef je niet echt te vrezen: “Er worden hoge eisen gesteld aan kwaliteit en duurzaamheid. Zo worden de collectoren altijd getest op hagelschade. Stormschade kan natuurlijk altijd, maar ze zijn daar niet gevoeliger voor dan gelijk welk object op of rond je huis. De vloeistof in de collectoren is meestal glycol, die niet bevriest tot -20 of zelfs -30 graden. De temperatuur ervan kan wel oplopen tot 150 graden. Daarom zijn de leidingen heel goed geïsoleerd. Niet alleen om warmteverlies zoveel mogelijk te beperken, maar ook om verwondingen te vermijden.”

Onzuinige regendouches

Ingrijpende werken zijn er voor een zonneboiler niet echt nodig. “De boiler kan naast de verwarmingsketel geplaatst worden. Die kun je veelal gewoon behouden, of het nu om een echte ketel dan wel om een gewone doorstromer gaat. Je hebt enkel twee leidingen nodig om de twee met elkaar te verbinden. Daarnaast moet er ook nog een aansluiting komen voor warm en koud water. En op het dak moeten er een paar bevestigingspunten aangebracht worden voor de zonnecollectoren. Het moeilijkst is om de warmte van die collectoren zo snel en efficiënt mogelijk naar de boiler te leiden. Dat is soms een beetje zoeken.”

Er moet ook altijd een installateur bij je langskomen. Niet alleen om te zien hoe een en ander technisch in zijn werk moet gaan, maar ook om de omvang van je systeem te bepalen. Wim Persoons: “Je kunt bijvoorbeeld zuiniger zijn dan gemiddeld, en dan heb je een kleinere installatie nodig. Maar evengoed heb je extreem grote gebruikers. Zo zijn er bijvoorbeeld regendouches die 25 tot 30 liter per minuut gebruiken. Zeer energieonzuinig. Dat kun je dan voor een deel compenseren met een grotere zonneboiler.”

Elektriciteitscentrale uitgespaard

Hoewel de focus tegenwoordig sterk ligt op PVpanelen, ziet Persoons een mooie toekomst voor de zonneboiler. “Het is een relatief kleine installatie waarmee je je eigen energie opwekt, helemaal bestemd voor eigen gebruik. Terwijl je met een PV-installatie toch nog afhankelijk bent van het elektriciteitsnet, waar je dan ook een netvergoeding voor betaalt. In de woningen van de toekomst gaat elektriciteit ook steeds meer de belangrijkste energiebron worden, omdat we natuurlijk af willen van fossiele energie. We zullen dus zeker onze elektriciteitsproductie moeten gaan vergroenen, waar nu fel de nadruk op ligt. Maar daarnaast moeten we ook gaan denken aan het beperken van ons verbruik. En op dat vlak kan een zonneboiler een serieuze besparing opleveren. Zo gaat in moderne nieuwbouwwoningen al 25 à 30 procent van de energiebehoefte naar sanitair warm water. Dus heb je er alle belang bij om daar de warmtevraag zoveel mogelijk te beperken. Waar de zonneboiler natuurlijk perfect op inspeelt. Op die manier kun je in die woningen de CO2-uitstoot vier à vijf maanden per jaar tot nul reduceren. En moet er een pak minder elektriciteit geproduceerd worden. Dat zijn algauw een paar centrales en windmolens minder.”

Lees ook: Zonneboiler of PV-panelen: wat neem je best?

EPB-hindernis weggenomen

Begin dit jaar kwam de sector van de zonneboilers plots in zwaar weer terecht. Wim Persoons: “Om in orde te zijn met de EPBreglementering (de wettelijke normen voor energieprestatie en binnenklimaat, verplicht bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen, red.) moest je tot vorig jaar per vierkante meter woningoppervlakte 10 kilowattuur (kWh) hernieuwbare energie kunnen opwekken.”

“Met een uitzondering voor de zonneboilers: als je die installeerde, moest je per vierkante meter woningoppervlakte minimum 2 procent zonnecollectoroppervlakte hebben. Concreet betekende dat dat je voor een woning van 200 vierkante meter 4 vierkante meter zonnecollectoren moest voorzien. Maar begin dit jaar werd de wetgeving verstrengd en werd de uitzondering voor zonnecollectoren geschrapt. Waardoor je voor diezelfde woning plots 25 vierkante meter zonnecollectoren zou moeten plaatsen.”

“Absurd! De vraag naar zonneboilers werd dan ook tot nul herleid. Gelukkig heeft minister Tommelein intussen een nieuwe uitzondering toegestaan: per vierkante meter moet je nu 2,5 % zonnecollectoroppervlakte voorzien. Voor een woning van 200 m2 is dat dus 5 m2 zonnecollectoren, een standaardinstallatie met andere woorden.”

(jb/jh/ml) - Bron: Dossier Duurzaam Wonen 2017

Label: Energie
Dit interesseert u misschien ook:
Geef je browser toestemming om je huidige locatie te gebruiken.
Ok
Type pand
Ok
Opties
Ok